There seems to be an error with the player !

Dispuutsliederen PDF  | Print |

Dispuutsgenoten

Dispuutsgenoten, heft het volle glas,
Het Gulden Vlies houdt Cambrinaal.
En donderend voelt Huesca's pand,
de Bourgondische band.
Opdat het rijk herleeft.
Laurentiaan, Nancy, Nancy, Nie Wehr!

Was er eens een Groot Bourgondische Rijk,
eens komt er weer zo'n tijd,
dankzij Het Gulden Vlies.
Eten en drinken,
Zingen en Brassen;
Dat zullen wij altijd blijven doen.
Tot aan de dood.

Cambrinus en ook Laurentius;
Zij zijn nu weer tevree,
dankzij Het Gulden Vlies.
't Is een feest van Bier en Vriendschap,
't Is een feest van goede zin.
Komt op, weest blij en zingt:

Dispuutsgenoten,......


Eerste Lustrumlied

Gij Ridders, trekt op ten strijde !
Het Gulden Vlies, dat triomfeert !
De vrouwtjes snel ter zijde,
Huesca weer bekeerd.

Het bier zal rijk'lijk vloeien
En Cambrinus die geeft het tempo aan.
Bourgondie zal weer bloeien,
't Vlies zal altijd voortbestaan.


Tweede lustrumlied

Voorwaar Dispuutgenoten,
De eerste tien zijn vol !
Aan Cambrinus ontsproten,
in mist en alcohol.
Vat aan de volle glazen,
want dorstig is de keel.
En met een droge lever
wordt de opwinding teveel.

Eilaa,
Het Vlies bestaat tien jaar,
Dat is dan met z'n allen,
Weer even voor mekaar.
Eilaa
We strijden voor de eer,
Bourgondie herrijst
Dispuutsgenoot
Nancy nie Wehr!

Kapittels, Cambrinalen,
Van Nieuwpoort tot aan Gent.
Bourgondische verhalen;
Zo voel je je weer een vent !
Het plebs, de hoge heren,
De vrome, de barbaar.
Laat ons de kelen smeren,
Want de rapen zijn weer gaar !

Eilaa,
Het Vlies bestaat tien jaar,
Dat is dan met z'n allen,
Weer even voor mekaar.
Eilaa
We strijden voor de eer,
Bourgondie herrijst
Dispuutsgenoot
Nancy nie Wehr!


Derde lustrumlied

Wij zoeken wiets, exces en vreugd
En scherven brengen veel geluk.
Dus als het meubilair niet deugd,
Dan gaat er soms iets stuk !

Het bier valt goed, piano's ook,
Het Vlies is chaos zelden moe.
En raakt het grauw weer van de kook,
Cambrinus lacht ons toe !

Al jaren, nog jaren,
leeft de historie voort.
Al jaren, nog jaren,
Het Gulden Vlies bekoort.

Het vaandel wappert trots en fier,
Bourgondie dat zal herleven.
Geen berg te hoog, geen zee te diep.
Hier wordt geschiedenis geschreven.

Al jaren, nog jaren,
straalt hier een helder licht.
Al jaren, nog jaren,
want adelstand verplicht !


Vierde lustrumlied

Het Gulden Vlies bestaat 4 lustra,
Referentiepunt van al
Vliezers hoog, eeuwige glorie
Met piano's, het is weer bal.

Refr.
Zorgen voor naheffing zorg voor carrière,
Drinken en werken blijft bestaan.
Van student tot directeuren,
Als Vliezer zal ik voortbestaan.

Groot Bourgondisch Rijk het streven,
Drinken met mijn dipuutsgenoot.
Vlieshoek zal de brand beleven.
Op zoek naar het lam met het vijfde poot.

Al generaties niet te doorbreken
Hoog arrogant staan wij te boek
Voor Cambrinus zijn wij bezweken.
Voor het Vlies valt nooit het doek.


Vijfde Lustrumlied

Melodie ‘Funicula Funicula’ (Napolitaans)
Lyrieken Tom Jansen, gesouffleerd door Maurits Hoeve en Mark Stoffels

Eerste Vers
Voorwaar, het uur is daar, de strijd gestreden
Het Gulden Vlies, dat triomfeert
Het Goot-Bourgondisch Rijk hardop beleden
Ga d’rop uit en missioneert!
Een weekend in de Bels met alle mannen
De burgerij, die doet verhaal
Piano’s in de hens, het zal t’er spannen
In rook en vuur, da’s ferme taal!

Refrein
Vliezers, Vliezers, mannen van stavast,
Jaagt de Sarracenen op de kast
Met Cambrinus, het Lam, de Maagd en alle Ridders van weleer:
Omhoog het volle glas, Dispuutsgenoot, Nancy Nie Wehr!

Tweede Vers
Meneer de Kanselier, doe volle glazen
Het Gulden Vlies houdt Cambrinaal
Een uitgedroogde keel is voor de dwazen,
Dat is een eeuwenoud verhaal!
Bourgondiër te zijn in hart en nieren
Is onze trots en maakt je vrij
En op Sint-Lucasdag dan gaan we vieren
Van weer een jaar, een jaar erbij!

Refrein

Derde Vers
Wij zijn het komend heil voor het gepeupel,
Vanuit het brein van Huib en Hein
En als je niet bekeert dang a je kreupel
Aan bourgeoisie en aan Calvijn.
Als Philips en Maria t’al niet wisten,
Van de Savoy tot aan de Maas
Dan kon de wereldorde zich wel kisten,
En was het plebs voortaan de baas!

Refrein


Zesde Lustrumlied

Melodie ‘De Saxofoon van Ome Toon’ (J. Arends/Johnny Jordaan)
Lyrieken Tom Jansen, gesouffleerd door Maarten van Rossum en Jurgen de Kok

Eerste Vers
Harba Lorifa, Dispuutsgenoot, het feit is daar:
Drie keer tien Het Gulden Vlies, het is weer voor elkaar
En die dikke op zijn vat die slaat zich op zijn dij:
Die nächste dreißig Jahre, bin ich wieder dabei!

Refrein
Heft omhoog de potten bier,
Stoot dan aan, Nancy, Nancy Nie Wehr!
We dorsten naar wat drinken
En eeuwig zal er klinken:
Een Vliezer die geeft nooit op!
Heel de boel moet nou eens,
En een beetje gauw eens
Op zijn kop!

Tweede Vers
Zet wat Gulden Vliezers samen met een oud klavier:
Da’s een rode lap voorbinden bij een dolle stier,
Vliegt er vlug een vonk, dan gaat het zaakje in de hens,
Want branden voor Bourgondië, dat maakt je weer een mens!

Refrein

Derde Vers
Sta je als Dispeuter met een hele grote kaars
Op het Weekend langs de weg, de kriebel in je aars,
Hangt de dag erna je broek wat losjes op de vloer,
Dat heiligt toch het mos en bovenal dat van de hoer!

Refrein

Vierde Vers
Als een Brave Hendrik gaan wij missionerend rond
En te nimmer gaat iets stuk of raakt er één gewond,
Dus vanwaar die beuzelpraat, het is ons alles worst!
Het Gulden Vlies gaat feesten en brult uit volle borst:

Rotterdam, op de naamdag van de H. Mechthildis van Helfta,
kloosterlinge en patrones tegen de blindheid, 2008


Bier her

Bier her, bier her, oder ich fall um,
Bier her, bier her, oder ich fall um,
Sol das Bier im Keller liegen,
Und ich hier der Uhnmacht kriege.
Bier her, bier her, oder ich fall um,
Bier her, bier her, oder ich fall um,

Bier her, bier her, oder ich fall um,
Bier her, bier her, oder ich fall um,
Wenn ich nicht gleich Bier bekomm,
Schmeiss ich die ganze kneipe um !
Bier her, bier her, oder ich fall um,
Bier her, bier her, oder ich fall um !


Hertog Jan

Toen den Hertog jan kwam varen,
Te peard parmant, al triomphant.
Na zevenhonderd jaren,
Hoe zong men 't allen kant:
"Harba Lorifa", zong den Hertog,
"Harba Lorifa".
Na zevenhonderd jaren,
In dit edel Brabants land.

Hij kwam van over 't water.
Den Scheldevloed, aan wal te voet,
't Antwerpen op den straten,
zilveren veeren op zijn hoed.
"Harba Lorifa", zong den Hertog,
"Harba Lorifa".
't Antwerpen op den straten,
lere leerzen aan zijn voet.

Hij is in Den Bosch gekomen,
Al in den nacht en niemand zag 't.
En op den Sint Jan geklommen,
Daar ging hij staan op wacht.
"Harba Lorifa", zong den Hertog,
"Harba Lorifa".
En op den Sint Jan geklommen,
Daar staat hij dag en nacht !


So ein Tag

So ein tag,
So wunderschön wie heute,
So ein tag,
Der dürfte nie vergehen.So ein tag,
auf dem ich mich so freute.
Und wer weiss,
Wann wir uns wiedersehen.

Ach wie bald vergehen die schöne Stunden,
Die mich freute ins Glück.So ein tag,
So wunderschön wie heute,
So ein tag,
Der dürfte nie vergehen.


Jucheidi

De student is vrolijk man,
Juchheidi, juchheida.
Zingt en drinkt zoveel hij kan,
Juchheidi, Heida.
Springt en lacht maar altijd voort
en kent nergens droevig oord.

Juchheidi, juchheida, Juchheidi, juchheida,
Juchheidi, juchheida, Juchheidi Heida !

Komt hij ene herberg in,
Juchheidi, Juchheida.
Hij drinkt immer blij van zin.
Juchheidi, Heida.
En is 't met het geld gedaan,
Nog blijft zijne pret bestaan.

Juchheidi, juchheida, Juchheidi, juchheida,
Juchheidi, juchheida, Juchheidi Heida !

Daarom zingt hij op de straat,
Juchheidi, Juchheida.
Blijde zangen vroeg en laat.
Juchheidi, Heida.
Minnend elke schone maagd,
Die hem naar zijn hartje zaagt.

Juchheidi, juchheida, Juchheidi, juchheida,
Juchheidi, juchheida, Juchheidi Heida !

En zo leeft hij vrolijk voort.
Juchheidi, Juchheida.
In het schoon studentenoord.
Juchheidi, Heida.
Tussen boek en pijp en pint,
Waar elk meisje hem bemind.

Juchheidi, juchheida, Juchheidi, juchheida,
Juchheidi, juchheida, Juchheidi Heida !


Tietenjury

Er was een miss-verkiezing in de stad,
Geertruida dacht: "Dat is voor mij wel wat".
Ik ben misschien voor zoiets wel te dik,
Maar zonder meer de eerste prijs win ik.
De missen stonden keurig op een rij.
Ja, absoluut, er waren mooie missen bij.
Ze hadden al hun kleren uit gedaan.
Geertruida stond natuurlijk heel vooraan.
Zo'n rij van naakte grieten, wat een spul.
De heren zaten met een stijve lul.

Toen kwam de jury, de tietenjury,
En die besloot als uit één mond;
De allermooiste, de allermooiste,
dat is Geertruida met haar dikke geile kont.
Je zou haar zo aan je blote spijker rijgen.
En zelfs en dooie krijgt van haar nog wel een stijve.
De allermooiste en geen gezeur.
Dat is Geertruida met haar dikke geile scheur.

Er kwam een stroom protesten uit de zaal,
De mensen riepen:"Dit is een grof schandaal.
Zeg, jury, hebben jullie geen verstand,
Ze heeft een kont gelijk een olifant".
De jury bleef echter bij haar besluit.
"Die dikke wint de wedstrijd en daarmee uit!"
De andere dames hadden geen geluk
Geertruida is voor ons het mooiste stuk.
Geertruida dacht voldaan: Ik wist het wel,
Want ik heb me "van tevoren laten naaien door dat stel.

Toen kwam de jury, de tietenjury,
En die besloot als uit één mond;
De allermooiste, de allermooiste,
dat is Geertruida met haar dikke geile kont.
Je zou haar zo aan je blote spijker rijgen.
En zelfs en dooie krijgt van haar nog wel een stijve.
De allermooiste en geen gezeur.
Dat is Geertruida met haar dikke geile scheur.


Boemelaar

Ik ben een boemelaar,
Een reuze boemelaar.
's Zomers en 's winters,
mooi weer of niet, mooi weer of niet.
Zie ik de bleke maan
tussen de sterren staan,
dan wil ik boemelen.
Of 'k wil of niet.
(Vice Versa)


De trein

Spreker: Wat hoor ik daar ?
Ik hoor een trein !
Allen: Tjoeke, tjoeke, tjoeke, tjoeke,
tjoeke, tjoeke, tjoeke !
La, la , la. La, la, la,
La la la la la la
La la la la la la la la la la la la la la .
Tjoeke, tjoeke, tjoeke.... Etc. etc.

 

info

 

Friends Online

Powered by EvNix